Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 december 2000
Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 12 december 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 december 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8966.
9. In deze opvatting heeft naar mijn mening het hof uit bovenstaand feitelijke gegevens kunnen afleiden dat verzoeker willens en wetens, gelet op de omstandigheid dat hij niet heeft ingegrepen, doch [medeverdachte] slechts heeft gemaand iets zachter te doen omdat iedereen het kon horen, gelegenheid gegeven aan [medeverdachte] om [het slachtoffer] te trappen, waarbij verzoeker bewust het aanmerkelijke risico heeft gelopen - gelet op zijn kennis van de deplorabele gezondheidstoestand van [het slachtoffer] alsmede gelet op de omstandigheid dat verzoeker na het vertrek van [medeverdachte] [het slachtoffer] zwaar gewond in de toilet liet liggen en zich met muziek op zijn kamer heeft teruggetrokken om het huilen maar niet te horen -, dat [het slachtoffer] kwam te overlijden (vgl. voor voorwaardelijk opzet bij medeplichtigheid o.a. HR 26 februari 1985, NJ 1985, 651 en HR 19 januari 1991, DD 92.113).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91c452ecbcfd4e2ca34f96ea12aabc3d4ddfbd7800465a0a78c550ff4275a429. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91c452ecbcfd4e2ca34f96ea12aabc3d4ddfbd7800465a0a78c550ff4275a429, en de alinea staat in dat document op bytes 9693 tot 10611.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/91c452ecbcfd4e2ca34f96ea12aabc3d4ddfbd7800465a0a78c550ff4275a429 | shasum -a 256