Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 december 2000

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 15 december 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 december 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA9039.

2.2. Bij de invoering van de Wet werden overgangsbepalingen gemaakt ten behoeve van de reeds gevestigde architecten. Degene die geen examen had gehaald en niet voldeed aan de wettelijke opleidingseisen kon niettemin inschrijving in het register verkrijgen op vertoon van een zgn. "aanwijzing ter inschrijving". Een dergelijke "aanwijzing" werd op verzoek afgegeven door een Commissie voor de Toelating aan degene die voldeed aan een van de in art. 29 (oud) van de Wet omschreven eisen(8 ). Art. 34 (oud) bepaalde dat het verzoek aan de Commissie om een "aanwijzing ter inschrijving" tot 3 maanden na inwerkingtreding van de wet kon worden gedaan. Nochtans konden zij, die ten genoegen van de Commissie aantoonden dat voor hen redelijkerwijs geen gelegenheid of aanleiding heeft bestaan het verzoek eerder in te dienen, tot 1 januari 1991 nog bij de Commissie terecht(9 ). [Eiser 2] heeft van deze overgangsregeling geen gebruik gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c090659f3e3fd18211c11c8fd539b805dd0490d0e179a80a85932e60353569ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c090659f3e3fd18211c11c8fd539b805dd0490d0e179a80a85932e60353569ab, en de alinea staat in dat document op bytes 10694 tot 11643.