Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 december 2000

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 15 december 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 december 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA9039.

2.11. Onderdeel 1 van het incidenteel middel behoeft, strikt genomen, niet aan de orde te komen. De rechtbank heeft immers het verbod bekrachtigd. Bovendien spreekt de rechtbank in rov. 5 van "in elk geval verboden is", hetgeen open laat of zich ook andere gevallen laten denken waarin een verbodsvordering kan worden toegewezen. Vanwege de samenhang met het principaal middel en vanwege de precedentwerking, wil ik het onderdeel niettemin bespreken. Het stelt de vraag aan de orde, of met een beperkte uitleg van het verbod(15 ) aan de benodigde bescherming van de consument tekort wordt gedaan. Het is juist, dat de strekking van de onderhavige verbodsnorm, naast andere doeleinden, de consumentenbescherming omvat(16 ). In de memorie van antwoord(17 ) werd in dit verband gewezen op de regel, destijds neergelegd in art. 1416a BW en thans in art. 6:194 onder i BW: hij die omtrent diensten die door hem of degene ten behoeve van wie hij handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf worden aangeboden, een mededeling openbaar maakt of laat openbaar maken, handelt onrechtmatig, indien deze mededeling in een of meer opzichten misleidend is, zoals ten aanzien van: (...) de identiteit, hoedanigheden, bekwaamheid of bevoegdheid van degene door wie, onder wiens leiding of toezicht of met wiens medewerking de diensten worden verricht. Daarnaast kan worden gewezen op art. 5b jo. 6 van de Handelsnaamwet en eventueel ook nog op art. 328 bis Sr. Het valt niet uit te sluiten dat de SBA via art. 3:305a BW bij de handhaving van deze bepalingen een rol kan spelen. De regel van art. 6:194 onder i BW knoopt niet vast aan de samenstelling van het bestuur van de rechtspersoon, maar aan degene onder wiens leiding of toezicht of met wiens medewerking de diensten worden verricht. Vanuit een oogpunt van consumentenbescherming moet dit m.i. voldoende worden geacht. Voor de consument is belangrijk dat de werkzaamheden worden verricht door, of onder leiding of toezicht van, iemand die blijkens zijn registratie als architect daartoe gekwalificeerd mag worden geacht. Wie als formele bestuurder van de rechtspersoon optreedt, is voor de consument veel minder van belang. Het valt op, dat de twee rechtbanken, die zich tot dusver over deze vraag hebben gebogen(18 ), beide aansluiting hebben gezocht bij de vraag wie feitelijk de werkzaamheden uitvoert en niet bij de vraag of geregistreerde architecten in het bestuur in de meerderheid zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c090659f3e3fd18211c11c8fd539b805dd0490d0e179a80a85932e60353569ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c090659f3e3fd18211c11c8fd539b805dd0490d0e179a80a85932e60353569ab, en de alinea staat in dat document op bytes 19976 tot 22432.