Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 december 2000

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 15 december 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 december 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA9042.

2.1.3 Ook aan art. 1:253a BW zou naar het mij voorkomt een argument kunnen worden ontleend, dat als er sprake is van gezamenlijke gezagsuitoefening en de ouders erover van mening verschillen bij wie van hen het kind gewoonlijk zal verblijven, de rechter niet genoodzaakt is de gezamenlijke gezagsuitoefening te beëindigen, maar - indien dit in het belang van het kind is - kan volstaan met te bepalen bij wie van de beide ouders het kind zijn gewone verblijfplaats zal hebben. Daarbij past dan een regeling op welke wijze de andere ouder zijn ouderlijk gezag kan uitoefenen en in het kader daarvan de aard en de frequentie van het contact van die ouder met het kind (de door het hof getroffen omgangsregeling).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbd64d4caae1f7885513a7b0b0cd0c5bc53fa6422f4acb8eb1a184d69c25a5b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbd64d4caae1f7885513a7b0b0cd0c5bc53fa6422f4acb8eb1a184d69c25a5b1, en de alinea staat in dat document op bytes 12360 tot 13084.