Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2000
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA9100.
2.12. In het onderhavige geval heeft het Hof het beroep niet kennelijk niet-ontvankelijk geacht. In dat geval brengen de gegrondverklaring van het verzet en het deswege vervallen van de voorzittersbeschikking mee dat het Hof de ontvankelijkheid van het beroep alsnog ten principale moet beoordelen. Niet uitgesloten is dat dit oordeel negatief voor belanghebbende uitpakt. Zo'n oordeel is, dunkt mij, zelfs aan een redelijke belanghebbende niet uit te leggen. Hij zou er niets van begrijpen en zich vertwijfeld afvragen waartoe die verzetsprocedure dan eigenlijk heeft gediend. In dit verband wijs ik op de redactionele noot in V-N 1994/3153 onder Hof 's-Gravenhage 24 januari 1992, nr. 90/0384. In zijn bekende infanteriestijl schrijft de annotator:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2feee46abfe61a4b0a3b37d21648c567aa0bc99514a3292e46b1b47539a1146f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2feee46abfe61a4b0a3b37d21648c567aa0bc99514a3292e46b1b47539a1146f, en de alinea staat in dat document op bytes 16318 tot 17081.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2feee46abfe61a4b0a3b37d21648c567aa0bc99514a3292e46b1b47539a1146f | shasum -a 256