Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2000

Alinea 92 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA9970.

"4.2.1. Indien in een onteigeningsgeding het verweer wordt gevoerd dat de noodzaak tot onteigening ontbreekt op grond van de stelling dat de betrokken partij, al dan niet samen met anderen, bereid en in staat is de beoogde bestemming zelf te realiseren, heeft de rechter slechts de vraag te beantwoorden of de onteigenende partij bij het nemen van het onteigeningsbesluit - dan wel de Kroon bij de goedkeuring daarvan - in redelijkheid tot het oordeel heeft kunnen komen dat die bereidheid of mogelijkheid niet bestaat, en dient de rechter bij de beantwoording van die vraag alleen acht te slaan op feiten die in de procedure voorafgaande aan het onteigeningsgeding tijdig naar voren zijn gebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6a0dceae63eb43442064d10951df36079cba5d3bd911d832c90a39b3bd8d734. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6a0dceae63eb43442064d10951df36079cba5d3bd911d832c90a39b3bd8d734, en de alinea staat in dat document op bytes 37976 tot 38688.