Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2000

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AB1240.

6. Het is de vraag of de regeling die art. 450 Sv geeft voor het via een gemachtigde aanwenden van gewone rechtsmiddelen ook geldt voor de officier van justitie. Uit het systeem van art. 450 Sv is namelijk af te leiden dat het aanwenden van gewone rechtsmiddelen door een advocaat (art. 450, eerste lid onder a, Sv) of door een bij bijzondere volmacht schriftelijke gemachtigde (art. 450, eerste lid onder b, Sv) uitsluitend betrekking heeft op het aanwenden van gewone rechtsmiddelen door de verdachte. Art. 450, tweede en derde lid, Sv koppelen aan de voorschriften uit het eerste lid voorschriften over het ontvangen van de oproeping van de verdachte voor de terechtzitting in hoger beroep, door de advocaat respectievelijk de bijzonder gevolmachtigde. Dit zou tot het merkwaardige gevolg leiden dat wanneer een officier van justitie een gewoon rechtsmiddel aanwendt door een bij bijzondere volmacht schriftelijke gemachtigde, laatstgenoemde de oproeping van de verdachte voor de terechtzitting in hoger beroep zou ontvangen. Vervolgens zou dan de verdachte een afschrift van de dagvaarding als gewone brief over de post ‘aan het door de gemachtigde opgegeven adres van de verdachte’ ontvangen (art. 450, tweede lid laatste volzin, Sv). Ook uit de laatste volzin van art. 450, tweede lid, Sv kan worden afgeleid dat art. 450 Sv geen grondslag biedt voor het aanwenden van gewone rechtsmiddelen door de officier van justitie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/afb9f2a4ec46dd5e343470f06c522c66165e5c187b2b53ca06cef865229d9ea2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt afb9f2a4ec46dd5e343470f06c522c66165e5c187b2b53ca06cef865229d9ea2, en de alinea staat in dat document op bytes 6977 tot 8421.