Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2000

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AB1240.

“In het exploit relaterend de betekening van het dwangbevel en aanzegging ex artikel 439 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.), wordt evenwel -naast exploitkosten- zonder verdere toelichting aanspraak gemaakt op vergoeding van incassokosten en BTW hierover. Het verhaal geschiedt weliswaar op de wijze in Rv. voorzien, maar - naar het oordeel van de kantonrechter - is er géén grond om aan te nemen dat zulks (zonder meer) bij betekening als voormeld, het in rekening brengen van 15% terzake incassokosten ten laste van de beslagene mogelijk zou maken. In redelijkheid moet worden aangenomen dat het stadium van ‘de incasso van een geldboete’ (in welk stadium ex art. 14 onder K Deurwaardersreglement aan de deurwaarder verschuldigd wordt de vergoeding van 15% van het verschuldigde bedrag) moet zijn ingetreden wil bedoelde vergoeding in rekening worden gebracht. Het ligt voor de hand om aan te nemen dat dit stadium eerst aanvangt indien in aansluiting op bedoelde betekening daadwerkelijk handelingen ter incasso van de nog verschuldigde boete worden verricht. De veroordeelde zal vanaf dat moment dan ook rekening moeten houden en rekening kunnen houden met het verschuldigd worden van incassokosten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/afb9f2a4ec46dd5e343470f06c522c66165e5c187b2b53ca06cef865229d9ea2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt afb9f2a4ec46dd5e343470f06c522c66165e5c187b2b53ca06cef865229d9ea2, en de alinea staat in dat document op bytes 11644 tot 12878.