Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2000
Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:ZD1791.
9. Ter ondersteuning van de stelling dat de uitlevering in de onderhavige zaak ontoelaatbaar moet worden verklaard, wordt in de toelichting op het middel een beroep gedaan op HR 17 december 1997, NJ 1997, 534. Dit beroep faalt echter omdat hetgeen in die zaak werd aangevoerd (berechting in Turkije na ommekomst van de redelijke termijn aldaar) niet zo'n flagrante schending oplevert. Voor een onderscheid in dezen tussen uitlevering aan een EVRM-partij enerzijds en aan de VS anderzijds zie ik op basis van het zojuist geciteerde arrest geen reden. Een voorbeeld waarin wel van een flagrante schending sprake was is het vonnis van de Rb. Amsterdam van 29 december 1998, Nieuwsbrief Strafrecht 1999 nr 033, kennelijk gewezen op het voetspoor van HR 16 december 1997, NJ 1998, 388 (schending van de Nederlandse souvereniteit en strijd met het Tallon-criterium).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0caabb252ab289e243ac517c0b6897ba1c263eb22833241999d409744f8ef73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0caabb252ab289e243ac517c0b6897ba1c263eb22833241999d409744f8ef73, en de alinea staat in dat document op bytes 13067 tot 14010.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f0caabb252ab289e243ac517c0b6897ba1c263eb22833241999d409744f8ef73 | shasum -a 256