Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2000

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:ZD1791.

Omstandigheden die de onderhavige zaak tot een bijzonder geval zouden maken zijn echter niet gesteld en evenmin aannemelijk. Indien de vermoedelijke, toekomstige, inbreuk op het specialiteitsbeginsel zou leiden tot een behandeling in strijd met art. 3 EVRM komt daar overigens nog bij dat het oordeel van een dergelijke in de toekomst gelegen schending niet aan de uitleveringsrechter toekomt maar aan de minister van justitie. Dat een inbreuk op het specialiteitsbeginsel een dergelijk ernstig gevolg zou hebben is bovendien niet gesteld en evenmin aannemelijk. Art. 6 komt bij gebreke aan bijzonderheden in dit geval niet in het beeld van de - dan wel prospectief toetsende - rechter.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0caabb252ab289e243ac517c0b6897ba1c263eb22833241999d409744f8ef73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0caabb252ab289e243ac517c0b6897ba1c263eb22833241999d409744f8ef73, en de alinea staat in dat document op bytes 16100 tot 16799.