Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2000

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2000, ECLI:NL:PHR:2000:ZD1791.

17. Hetgeen ter zitting van de rechtbank en in de toelichting op het middel is aangevoerd, berust kennelijk op de veronderstelling dat strafbaarheid zou ontbreken indien de opgeëiste persoon niet fysiek aanwezig was bij het plegen van de strafbare feiten. Deze veronderstelling miskent dat voor daderschap een fysieke uitvoeringshandeling geen noodzakelijke voorwaarde is. Bij de onderhavige zaak liggen functioneel daderschap en - in het licht van de `Achtergrond van de gedaagde en aanverwante vennootschappen' in de vervangende akte van beschuldiging dd. 6/3/97 - feitelijk leiding geven voor de hand (zie daarover bijvoorbeeld De strafbaarheid van de leiding van corporaties in het Amerikaanse en Nederlandse recht , preadvies NVR 1988; HR 12 februari 1991, NJ 1991, 528 m.nt. 'tH). Ik laat daar dat punt 12 reeds een deelnemingsfiguur omschrijft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0caabb252ab289e243ac517c0b6897ba1c263eb22833241999d409744f8ef73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0caabb252ab289e243ac517c0b6897ba1c263eb22833241999d409744f8ef73, en de alinea staat in dat document op bytes 18369 tot 19303.