Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2000

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2000, ECLI:NL:PHR:2000:ZD9986.

3.6. Het hof heeft klaarblijkelijk in de voor het bewijs gebezigde verklaring van verdachte gelezen dat hij gas heeft gegeven om niet te hoeven stoppen en om de politieambtenaren te verhinderen hem aan te houden. Die verhindering heeft erin gelegen dat verdachte de verbalisanten heeft gedwongen opzij te gaan. Aldus is op de vrijheid van de politiemensen inbreuk gemaakt.(10) In de voor het bewijs gebezigde verklaring van verdachte zijn geen aanwijzingen aan te treffen dat hij (tevens) minstens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat door zijn rijden verbalisanten het leven zouden kunnen laten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c94db40e74926fb466ebc6d50e5f3d78cad654d50e8531c6c7a472b1b93dc32a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c94db40e74926fb466ebc6d50e5f3d78cad654d50e8531c6c7a472b1b93dc32a, en de alinea staat in dat document op bytes 11872 tot 12486.