Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2001
Onder 2.4.5. Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:1.
Mijn betoog in de memorie van antwoord kon - door zijn beknoptheid en door het onvoldoende uit elkaar houden van de begrippen «motief» en «onderwerp» van een regeling - inderdaad het misverstand oproepen dat er een tegenstelling bestaat tussen het oogmerk om (in aanvulling op artikel138 van het Wetboek van Strafrecht) een «verlengde gebruiksbescherming» te bieden, en het onderbrengen van het voorgestelde nieuwe artikel in de titel «Overtredingen tegen de openbare orde». Zo'n tegenstelling is er niet, hetgeen alleen al kan blijken uit het feit dat artikel 138 zelf is ondergebracht in de titel «Misdrijven betreffende de openbare orde». Anders dan artikel 138 heeft het voorgestelde artikel 429sexies echter niet betrekking op woningen en gebouwen die in gebruik zijn maar juist op woningen en gebouwen waarvan het rechtmatig gebruik is geëindigd. Daarmee is het object gelijk aan dat van de mij bekende gemeentelijke anti-kraakbepalingen. Mijn betoog in de memorie van antwoord beoogde aan te geven dat ook op het punt van het motief voor strafbaarstelling niet gauw een aanvullende bevoegdheid voor de gemeenten zal kunnen worden aangenomen. Ik wees er in dat verband op dat de gemeentelijke anti-kraakbepalingen steeds evenals artikel 429sexies - zijn opgenomen onder de bepalingen betreffende de openbare orde, wat een aanwijzing kan zijn dat ook de motieven vergelijkbaar zijn. Het is juist dat het begrip «openbare orde» zoals dat in het Wetboek van Strafrecht en in het gemeenterecht wordt gebruikt, nog tamelijk ruim is. Ik wil er daarom in dit verband nog op wijzen dat het voorgestelde artikel 429sexies uitdrukkelijk de bescherming beoogt van de eigenaar tegen inbreuken op zijn eigendomsrecht, een oogmerk dat naar ik meen ook ten grondslag ligt aan de bestaande gemeentelijke anti-kraakbepalingen. In de jurisprudentie wordt dat althans wel als een kenmerkend verschil genoemd met het oogmerk van art. 138 van het Wetboek van Strafrecht, dat de gebruiker beschermt tegen inbreuken op de «huisvrede» of «lokaalvrede». Voor zover dit motief aan de orde is, bestaat mijns inziens geen aanvullende bevoegdheid meer, omdat ook het object van de regelingen immers hetzelfde is, terwijl het wetsvoorstel voorts uitdrukkelijkde strafbaarheid beperkt tot de duur van zes maanden."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2fc2b4291626cecb430a423d9e1f738ab041b94e96896d98313e8a9cc368bc35. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2fc2b4291626cecb430a423d9e1f738ab041b94e96896d98313e8a9cc368bc35, en de alinea staat in dat document op bytes 18167 tot 20490.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2fc2b4291626cecb430a423d9e1f738ab041b94e96896d98313e8a9cc368bc35 | shasum -a 256