Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2001

Onder 2.4.6. Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:1.

" Burgemeester en wethouders kunnen, indien dat voor een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van woonruimte noodzakelijk is, van de eigenaar van een in de gemeente aanwezige leegstaande woonruimte, een leegstaand gebouw, niet zijnde een of meer woonruimten, of een leegstaand gedeelte van een zodanig gebouw, dan wel van een woonruimte die in strijd met de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften (..) in gebruik genomen is, het gebruik daarvan als woonruimte vorderen. De vordering vindt niet plaats dan na overleg met de eigenaar. De vordering kan mede betrekking hebben op het gebruik van bij de woonruimte of het gebouw behorende of voor de toegang daartoe noodzakelijke ruimten en van de daarbij behorende centrale en nutsvoorzieningen."(20)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2fc2b4291626cecb430a423d9e1f738ab041b94e96896d98313e8a9cc368bc35. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2fc2b4291626cecb430a423d9e1f738ab041b94e96896d98313e8a9cc368bc35, en de alinea staat in dat document op bytes 22020 tot 22791.