Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2001
Alinea 104 Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AA9243.
7.2 Vermeden moet zo mogelijk worden dat fiscaal verschil in behandeling ontstaat tussen de niet-verhaalgevallen en de vergoedingsgevallen (zie 2.6). Voorts moet de ratio van de Wet afschaffing aftrekbaarheid van geldboeten zoveel mogelijk recht gedaan worden (zie 3.6). Ten slotte moeten wij zoveel mogelijk binnen de gevestigde dogmatiek van het belastingrecht blijven. Ik meen dat deze doelstellingen bereikt worden indien als maatstaf aangelegd wordt de vraag of de werkgever juridisch en feitelijk in de positie was om verhaal te nemen op zijn werknemers. Is hij daartoe juridisch niet in staat, dan zal ook in de vergoedingsgevallen in het algemeen geen sprake van belast loon zijn omdat alsdan kennelijk de vergoeding een bedrag betreft dat weliswaar door de werknemer betaald is, maar dat bij de werkgever thuishoort en door de werknemer slechts voorgeschoten is (zie 3.7: "intermediaire kosten").
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aeddd04e17e46f99ea38ca6d07c0d12dbdeb15dcb89d87f10ac2bf1dc6085a78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aeddd04e17e46f99ea38ca6d07c0d12dbdeb15dcb89d87f10ac2bf1dc6085a78, en de alinea staat in dat document op bytes 43934 tot 44853.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aeddd04e17e46f99ea38ca6d07c0d12dbdeb15dcb89d87f10ac2bf1dc6085a78 | shasum -a 256