Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2001
Alinea 107 Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AA9243.
7.5 De vastgestelde feiten (zie met name 4.5, al bent u uiteraard niet gebonden aan de eensluidende juridieke duiding van de feiten door de partijen) laten niet veel ruimte voor een andere conclusie dan dat verhaal van de betaalde boeten op de werknemers in casu op grond van art. 7:611 BW dan wel naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid van art. 6:248 BW niet mogelijk dan wel niet aanvaardbaar is (zie ook de art. 3:13 en 6:2, lid 2, BW) en dat het gaat om betalingen die bij de werkgever thuishoren, in casu vergelijkbaar met tol op tolwegen(26). Ik merk daarbij op dat blijkens de rechtspraak van uw eerste kamer (bijvoorbeeld HR 1 november 1991 (Van Helderen/Brabers), RvdW 1991, 235, NJ 1992, 32, met conclusie A-G Biegman-Hartogh, en HR 4 februari 1983, NJ 1983, 543, met conclusie Remmelink en noot P.A.S.) verhaal van schade bij de uitoefening van de dienstbetrekking door de werkgever op de werknemer in het algemeen geen sinecure is. Vereist is tamelijk ernstige verwijtbaarheid van de werknemer zelf. U vergelijke ook (het voor een enigszins ander geval, nl. schade aan derden geschreven) art. 6:170, lid 3, BW, dat een codificatie is van uw rechtspraak, met name in de zaken De Bont/Zuidooster (HR 26 juni 1959, NJ 1959, 551) en X v. Debrot Sucesores (HR 4 februari 1983, NJ 1983, 543, met conclusie Remmelink en noot P.A.S). Verwijzing levert vermoedelijk geen nieuwe feiten op die een ander licht op de zaak werpen. De belanghebbende heeft onweersproken gesteld dat hij aanmoedigt tot opschieten en de Inspecteur heeft onweersproken gesteld dat belanghebbendes gedrag zelfstandig strafbaar is. Het gaat meer om de juridische duiding van de feiten dan om de vaststelling ervan. Bijzonder is slechts dat de fiscaalrechtelijke kwalificatie (mijns inziens) afhangt van strafrechtelijke en civielrechtelijke rechtsoordelen. Die kunt u in beginsel zelf geven. Ik meen dat de vastgestelde feiten onvoldoende ruimte laten voor een andere conclusie dan dat het Hof terecht heeft geoordeeld, wat er zij van de daaronder gelegde redenering, dat de boeten niet verhaalbaar zijn op de werknemers.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aeddd04e17e46f99ea38ca6d07c0d12dbdeb15dcb89d87f10ac2bf1dc6085a78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aeddd04e17e46f99ea38ca6d07c0d12dbdeb15dcb89d87f10ac2bf1dc6085a78, en de alinea staat in dat document op bytes 48307 tot 50430.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aeddd04e17e46f99ea38ca6d07c0d12dbdeb15dcb89d87f10ac2bf1dc6085a78 | shasum -a 256