Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2001

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AA9243.

1.2 De belanghebbende heeft het genoemde bedrag aan boeten betaald en niet op haar chauffeurs verhaald. Zij is van mening dat het risico van deze boetes inherent is aan de aard van de werkzaamheden. Zij wijst op de noodzaak om de vertraging als gevolg van files in te halen en op de hoge werkdruk, met name door de hevige concurrentie in de branche. Haar beroepschrift voor het Hof vermeldt: "(...) de chauffeurs krijgen veelal opdracht om al datgene te doen wat nodig is om op tijd bij de opdrachtgever te arriveren." Zij heeft ter zitting van het Hof voorts doen zeggen dat "de werkgever de chauffeurs nogal eens aanspoort tot opschieten", dat ƒ 50 snelheidsboete per jaar per vrachtwagen niet veel is en dat chauffeurs "die het te bont maken" door haar "wel worden aangepakt". De Inspecteur beschouwt het afzien van verhaal op de chauffeurs als het verstrekken van loon en heeft loonbelasting nageheven over het genoemde totaalbedrag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aeddd04e17e46f99ea38ca6d07c0d12dbdeb15dcb89d87f10ac2bf1dc6085a78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aeddd04e17e46f99ea38ca6d07c0d12dbdeb15dcb89d87f10ac2bf1dc6085a78, en de alinea staat in dat document op bytes 6041 tot 6993.