Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2001

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AA9243.

2.1 Loon is al hetgeen uit dienstbetrekking wordt genoten (art. 10, lid 1, Wet LB). Ook besparingen op particuliere uitgaven kunnen daartoe behoren. Slechts een conditio sine qua non verband is echter niet voldoende: een vergoeding van de werkgever (smartengeld) voor de door een werknemer bij een ongeval geleden immateriële schade en verlies aan arbeidskracht bijvoorbeeld, vindt volgens u "niet zo zeer haar grond in de dienstbetrekking dat zij als daaruit genoten moet worden aangemerkt."(2) Het causale verband met de dienstbetrekking moet adequaat zijn, niet een toevals- of gelegenheidscausaliteit. In casu staat het adequate causale verband niet ter discussie. De belanghebbende acht de boeten inherent aan de uitoefening van de dienstbetrekking, neemt het haar werknemers geenszins kwalijk als zij boeten belopen (integendeel, maant hen juist tot "opschieten", tenzij zij "het te bont maken". Ik vermoed dat dit laatste betekent: tenzij de kosten en lasten van de overtredingen voor het bedrijf groter worden dan de voordelen: een chauffeur met een ontzegging van de rijbevoegdheid of een inbeslagneming van een auto is natuurlijk een aanzienlijk groter probleem voor het bedrijf dan de betaling van ƒ 5.000 per jaar).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aeddd04e17e46f99ea38ca6d07c0d12dbdeb15dcb89d87f10ac2bf1dc6085a78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aeddd04e17e46f99ea38ca6d07c0d12dbdeb15dcb89d87f10ac2bf1dc6085a78, en de alinea staat in dat document op bytes 13424 tot 14667.