Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2001
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AA9243.
"(3.2) Hiervan is naar mijn mening slechts sprake als het verkregene hetzij alternatief aanwendbaar is (directe vergroting van de beschikkingsmacht), bijvoorbeeld door het te verkopen of te ruilen voor iets anders, dan wel voorziet in een eigen behoefte van de werknemer, zodanig dat het hem in staat stelt zijn overige middelen voor andere doeleinden aan te wenden (indirecte vergroting van de beschikkingsmacht). (...) Het gaat er bij loon dus om dat de werknemer bij het verkregene is gebaat. De beoordeling hiervan vindt objectief plaats en vanuit het perspectief van de werkgever. Afgezien van fooien en dergelijke prestaties van derden behoren slechts tot het loon de door, of in opdracht en voor rekening van, de werkgever verstrekte voordelen. Het moet de werkgever kenbaar zijn dat de werknemer een voordeel heeft genoten."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aeddd04e17e46f99ea38ca6d07c0d12dbdeb15dcb89d87f10ac2bf1dc6085a78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aeddd04e17e46f99ea38ca6d07c0d12dbdeb15dcb89d87f10ac2bf1dc6085a78, en de alinea staat in dat document op bytes 18200 tot 19045.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aeddd04e17e46f99ea38ca6d07c0d12dbdeb15dcb89d87f10ac2bf1dc6085a78 | shasum -a 256