Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2001

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AA9243.

Aangezien, aldus de Raad, met het opleggen van een geldboete veelal wordt beoogd de delinquent persoonlijk te treffen, zou de betaling van een boete kunnen worden gezien als een uitgaaf waarvan het persoonlijke karakter overheerst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aeddd04e17e46f99ea38ca6d07c0d12dbdeb15dcb89d87f10ac2bf1dc6085a78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aeddd04e17e46f99ea38ca6d07c0d12dbdeb15dcb89d87f10ac2bf1dc6085a78, en de alinea staat in dat document op bytes 23797 tot 24041.