Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2001

Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AA9243.

Indien, in het geval van artikel 5, degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven, aannemelijk maakt dat tegen zijn wil door een ander van het motorrijtuig gebruik is gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen, een voor een termijn van ten hoogste drie maanden schriftelijk aangegane huurovereenkomst overlegt waaruit blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder van het motorrijtuig was, dan wel een vrijwaringsbewijs, bedoeld in artikel 1 van het Reglement kentekenregistratie (Stb. 1974, 547), overlegt waaruit blijkt dat hij ten tijde van de gedraging geen eigenaar of houder meer was van het betrokken motorvoertuig, vernietigt de officier van justitie de beschikking. In dat geval is hij bevoegd tot het opleggen van een administratieve sanctie aan degene die de gedraging heeft verricht of degene die de huurder van het motorrijtuig was, dan wel degene aan wie het motorrijtuig werd overgedragen. De artikelen 4, 6 en 7 zijn alsdan van overeenkomstige toepassing.(20)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aeddd04e17e46f99ea38ca6d07c0d12dbdeb15dcb89d87f10ac2bf1dc6085a78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aeddd04e17e46f99ea38ca6d07c0d12dbdeb15dcb89d87f10ac2bf1dc6085a78, en de alinea staat in dat document op bytes 32154 tot 33205.