Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2001
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AA9313.
2.13 De stelling dat het ten name van Punta Argentara gevoerde verweer in feite is gevoerd door en namens de verkrijgende vennootschap en dat deze laatste derhalve ook bekend is geworden met het rechtsmiddel, bevat een ongeoorloofd novum. Weliswaar wordt een juridische vraag opgeworpen, doch zij gaat niet in alle gevallen op. Een dergelijke stelling is in cassatie niet toelaatbaar omdat anders de Hoge Raad genoodzaakt zou worden ofwel haar in het gegeven geval ongeclausuleerd als juist te aanvaarden, hetgeen ten opzichte van de verweerder niet verantwoord zou zijn, ofwel een onderzoek van feitelijke aard naar de aanwezigheid van uitzonderingsomstandigheden in te stellen, waarvoor in cassatie geen plaats is(10). Bovendien geldt hier dat [eiser] c.s. deze stelling in appel reeds voren hadden kunnen brengen nu zij de gelegenheid hebben gekregen tot het nemen van een akte uitlating producties. Hiermee hadden zij kunnen reageren op de door Punta Argentara bij memorie van antwoord in het geding gebrachte stukken, te weten een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel (waaruit de fusie bleek) en de akte van juridische fusie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ccb2e81daefe3dba6cf213fe13bdc75f80b89cabe902fa57b1d126130c24a550. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ccb2e81daefe3dba6cf213fe13bdc75f80b89cabe902fa57b1d126130c24a550, en de alinea staat in dat document op bytes 13410 tot 14580.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ccb2e81daefe3dba6cf213fe13bdc75f80b89cabe902fa57b1d126130c24a550 | shasum -a 256