Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2001

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AA9367.

Het hof is van oordeel dat de uitlating op zichzelf beschouwd voor homofielen een beledigend karakter heeft, aangezien de homofiel vergeleken wordt met iemand die misdrijven pleegt. Daardoor wordt de waardigheid van de desbetreffende groep mensen miskend. Daaraan doet niet af dat verdachte blijkens zijn ingezonden stuk alleen het oog heeft gehad op de homoseksuele praxis, die nu eenmaal inherent is aan een homohuwelijk -zoals dit ook ten aanzien van de heteroseksuele praxis en het huwelijk kan worden aangenomen. Bij de totstandkoming van artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht heeft de wetgever bewust de bescherming tegen beledigende uitlatingen niet beperkt tot beledigende uitlatingen wegens de homofiele geaardheid maar gekozen voor bescherming tegen dergelijke uitlatingen wegens homoseksuele gerichtheid. Met homoseksuele gerichtheid wordt bedoeld de homofiele geaardheid en het daarmee samenhangende gedrag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c6fae2dbce9440be67f7afd112419b1ba36a8f85f964bdd2ecb12578a418edc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c6fae2dbce9440be67f7afd112419b1ba36a8f85f964bdd2ecb12578a418edc, en de alinea staat in dat document op bytes 7091 tot 8029.