Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2001

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AA9367.

9. De vraag die dus meteen opdoemt is of er een reden is, om aan te nemen dat op grond van de context waarin verzoekers woorden zijn geplaatst en de eventueel daarmee gepaard gaande grondwettelijke rechtsbescherming van verzoeker, het in beginsel beledigende karakter van die woorden in de zin van art. 137c Sr daaraan komt te ontvallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c6fae2dbce9440be67f7afd112419b1ba36a8f85f964bdd2ecb12578a418edc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c6fae2dbce9440be67f7afd112419b1ba36a8f85f964bdd2ecb12578a418edc, en de alinea staat in dat document op bytes 14391 tot 14743.