Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2001

Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AA9367.

14. De Procureur-Generaal bij het hof te 's-Gravenhage schrijft in zijn cassatiemiddel wel dat het hof de bedoeling van verzoeker op de voorgrond heeft gesteld in plaats van de aard van de uitlating, maar het gerechtshof heeft terecht de context van de uitlating in zijn beschouwingen betrokken en heeft op grond daarvan geen beledigend karakter aangenomen. Het middel gaat ook uit van een verkeerde lezing van de overwegingen van het hof door te stellen dat verzoeker de Bijbelse terminologie heeft verlaten en aansluiting heeft gezocht bij eigentijdse strafrechtelijke begrippen. De steller van het middel voert dit punt kennelijk aan om de uitlatingen van verzoeker los te maken van hun geloofsachtergrond. In de overwegingen van het hof ligt evenwel besloten dat het naast elkaar zetten van de homosexuele praxis, mishandeling en diefstal, tegenover de heterosexuele praxis, schenking en verpleging, enkel een vergelijking was van wat voor verzoeker belichamingen van het kwade en het goede was. Ik waag ook te bestrijden dat verzoeker zich van typisch strafrechtelijke begrippen heeft bediend. Woorden als "mishandeling" en "diefstal" hebben niet enkel een typisch strafrechtelijke, maar zeker ook een alledaagse, voor ieder begrijpelijke betekenis.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c6fae2dbce9440be67f7afd112419b1ba36a8f85f964bdd2ecb12578a418edc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c6fae2dbce9440be67f7afd112419b1ba36a8f85f964bdd2ecb12578a418edc, en de alinea staat in dat document op bytes 20533 tot 21800.