Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2001
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AA9429.
5.3 Het hof grondt het zojuist gegeven oordeel in het bijzonder op het feit, dat [betrokkene C], de (enige) bevoegde directeur van [eiseres], bij het voorlopig getuigenverhoor heeft verklaard de aan [eiseres] toegezonden opdrachtbevestiging van 29 april 1992 in het voorjaar van 1992 te hebben gezien, doch deze naast zich neer te hebben gelegd. In de opdrachtbevestiging, die was gericht aan [eiseres], stond duidelijk vermeld dat op 28 april opdracht was gegeven voor de levering van een 25-tons oplegger volgens een bijgevoegde specificatie, te leveren in week 42/43 van 1992. Indien [eiseres] zich op het standpunt stelde dat zij niet aan de bestelling gebonden was, had het op haar weg gelegen [verweerster] hiervan onmiddellijk - voordat de uitvoering van de bestelling ter hand zou worden genomen - op de hoogte te stellen. Door dit na te laten heeft [eiseres] [verweerster] in de waan gelaten dat zij, [eiseres], daadwerkelijk de opdracht had gegeven, althans dat zij zich niet wenste te beroepen op de onbevoegdheid van [betrokkene A].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbf4de6ae1642264a021c52dd71c834a82cd14050aeb29203106cc5c4fe0d6e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbf4de6ae1642264a021c52dd71c834a82cd14050aeb29203106cc5c4fe0d6e2, en de alinea staat in dat document op bytes 12978 tot 14035.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cbf4de6ae1642264a021c52dd71c834a82cd14050aeb29203106cc5c4fe0d6e2 | shasum -a 256