Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2001

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AA9429.

Uit het arrest van het hof blijkt, anders dan in subonderdeel 5a wordt verondersteld, dat het hof de schijn van bekrachtiging niet slechts heeft afgeleid uit het enkele feit dat [eiseres] de orderbevestiging naast zich heeft neergelegd. In r.o. 5.5 wordt immers in aanmerking genomen dat [eiseres] heeft nagelaten om zich onmiddellijk op de onbevoegdheid van [betrokkene A] te beroepen, dat [betrokkene A] in de zomer c.q. het najaar van 1992 aan (ex-) werknemers van [verweerster] het sluiten van de overeenkomst niet heeft ontkend en heeft gereageerd alsof de overeenkomst zou worden nagekomen en dat evenmin is gebleken dat [eiseres] contact heeft opgenomen met [betrokkene A] om hem op te dragen de opdracht te ontkennen. Aldus heeft het hof aangegeven dat gedragingen van [eiseres] die plaats hebben gevonden na de onbevoegd verrichte rechtshandeling - vgl. Losbladige Contractenrecht IX, a.w. aant. 322 sub a - bij [verweerster] de schijn hebben gewekt dat [eiseres] aan de overeenkomst gebonden was. Tevens heeft het hof overwogen dat gelet op deze omstandigheden [verweerster] er in beginsel geen rekening mee behoefde te houden dat [eiseres] niet aan de overeenkomst gebonden wilde zijn, welke overweging impliceert dat in de gegeven omstandigheden op [verweerster] niet de plicht rustte om na te gaan wat de reden was van het achterwege blijven van het retourneren van de orderbevestiging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbf4de6ae1642264a021c52dd71c834a82cd14050aeb29203106cc5c4fe0d6e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbf4de6ae1642264a021c52dd71c834a82cd14050aeb29203106cc5c4fe0d6e2, en de alinea staat in dat document op bytes 26537 tot 27950.