Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2001

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AA9556.

2.6 De achtergrond van deze rechtspraak is m.i. dat, waar de reële mogelijkheid bestaat dat causaal verband tussen de normschending en de schade aanwezig is, de aard van de geschonden norm meebrengt dat de toch nog resterende onzekerheid over die causaliteit naar redelijkheid voor risico dient te komen van degeen die de desbetreffende norm overtrad. Uit deze rechtvaardiging van de regel volgt een voor de hand liggende tendens tot verruiming daarvan omdat ook als de geschonden norm geen veiligheids- of verkeersnorm is in de door de Hoge Raad bedoelde zin, het redelijk kan zijn de onzekerheid over het causaal verband voor risico te laten van de partij die anders heeft gehandeld dan hij in de gegeven omstandigheden had behoren te doen. De grenzen zijn vloeiend, zoals onder 3.3 van deze conclusie nader zal worden aangestipt. Om te voorkomen dat de hoofdregel van art 177 Rv in dit soort gevallen praktisch gesproken tot uitzondering wordt, is echter een terughoudende toepassing geboden, waarin mede betekenis toekomt aan de aard van de geschonden norm en de vorm van de schade. Hierna zal worden betoogd dat zowel die verruiming als die beperking in de rechtspraak van de Hoge Raad ligt besloten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f031c571b5c0c3d2fc132bb60e0c6c8f01d659e20e7fe8c5f644f1aafc5327c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f031c571b5c0c3d2fc132bb60e0c6c8f01d659e20e7fe8c5f644f1aafc5327c3, en de alinea staat in dat document op bytes 15162 tot 16381.