Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2001
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AA9556.
2.12 In de literatuur is niettemin twijfel gerezen aan deze algemene gelding(19), gezien met name de beslissing die de Hoge Raad nam in een ander geval van een notariële beroepsfout dan het onder 2.6 besprokene (de notaris verzuimde tijdig een verzoek bij de Pachtkamer in te dienen tot verlenging van een door zijn cliënt met een derde gesloten pachtovereenkomst). De tot schadevergoeding aangesproken notaris voerde onder meer als verweer dat ook indien het verzoek wél tijdig zou zijn ingediend, de pachtovereenkomst in de omstandigheden van het geval toch niet zou zijn verlengd. Rechtbank en hof legden de bewijslast op de pachter/cliënt. Hiertegen werd in cassatie tevergeefs opgekomen(20):
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f031c571b5c0c3d2fc132bb60e0c6c8f01d659e20e7fe8c5f644f1aafc5327c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f031c571b5c0c3d2fc132bb60e0c6c8f01d659e20e7fe8c5f644f1aafc5327c3, en de alinea staat in dat document op bytes 21293 tot 22007.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f031c571b5c0c3d2fc132bb60e0c6c8f01d659e20e7fe8c5f644f1aafc5327c3 | shasum -a 256