Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2001
Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AA9556.
4 Voor de goede orde merk ik op dat ik het arrest juist gewezen acht, hoewel ik anders had geconcludeerd. De reden voor dat laatste was dat ik ben blijven steken in het feit dat de beslissing in het tussenvonnis, waarin de rechtbank het door Gouda bij te brengen bewijs in beginsel geleverd achtte en Lutz daarom toeliet tot tegenbewijs, op het eerste gezicht in het nadeel leek van Lutz. Als dit juist zou zijn, kon de kwestie van de bewijslastverdeling in hoger beroep niet meer aan de orde komen omdat alle voor appellant nadelige beslissingen waartegen in hoger beroep geen grief wordt aangevoerd, in hoger beroep vaststaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f031c571b5c0c3d2fc132bb60e0c6c8f01d659e20e7fe8c5f644f1aafc5327c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f031c571b5c0c3d2fc132bb60e0c6c8f01d659e20e7fe8c5f644f1aafc5327c3, en de alinea staat in dat document op bytes 35607 tot 36249.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f031c571b5c0c3d2fc132bb60e0c6c8f01d659e20e7fe8c5f644f1aafc5327c3 | shasum -a 256