Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2001

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AA9767.

10. Ook deze klacht acht ik niet aannemelijk. De gedachtengang van het Hof is kennelijk geweest dat de voettekst op het briefpapier waarop [verweerster] haar offerte had uitgebracht [eiseres], als professionele contractspartij die kan weten dat in dit soort voetteksten naar algemene bepalingen pleegt te worden verwezen, aan het denken had moeten zetten en, als zij niet zeker was, haar aanleiding had moeten geven om, alvorens [verweerster] opdracht te geven, nader te informeren over wat de bedoeling daarvan was. Het oordeel van het Hof dat [eiseres], door dit na te laten en zonder meer aan [verweerster] de opdracht tot het verrichten van de expeditiewerkzaamheden te verstrekken, bij [verweerster], gezien de positie van partijen in de onderhavige tak van het internationale handelsverkeer en hun onderlinge verhouding, het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt akkoord te gaan met de verwijzing naar de door [verweerster] gehanteerde Fenex-condities, getuigt - ook onder het hier toepasselijke recht zoals dat gold voor 1 januari 1992 - niet van een onjuiste rechtsopvatting (vgl. HR 21 november 1986, NJ 1987, 946 nt. CJHB; zie voorts J.B.M. Vranken, Mededelings-, informatie- en onderzoeksplichten in het verbintenissenrecht, 1989, blz. 39; Jac. Hijma, Algemene voorwaarden, Mon. Nieuw BW B-55, 1997, blz. 25 en 26; Asser-Hartkamp II, nr. 352) en is, ook zonder nadere motivering, niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d2e45e8fe147afe953b338c95e296db4437ab289e97f0705d895e3bdee2d518. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d2e45e8fe147afe953b338c95e296db4437ab289e97f0705d895e3bdee2d518, en de alinea staat in dat document op bytes 15208 tot 16635.