Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2001

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AA9767.

16. De subonderdelen 3.b en 3.c richten nog afzonderlijke klachten tegen de overweging van het Hof dat niet aannemelijk is dat het ontcijferen van een voettekst als de onderhavige voor een Duitse onderneming op onoverkomelijke problemen stuit. Deze overweging zou zonder nadere motivering onbegrijpelijk zijn (subonderdeel 3.b) en bovendien berusten op een verboden ambtshalve aanvulling van feitelijke gronden, nu door [verweerster] niet is gesteld dat [eiseres] tot het ontcijferen van de tekst in staat was (subonderdeel 3.c).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d2e45e8fe147afe953b338c95e296db4437ab289e97f0705d895e3bdee2d518. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d2e45e8fe147afe953b338c95e296db4437ab289e97f0705d895e3bdee2d518, en de alinea staat in dat document op bytes 19339 tot 19881.