Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2001
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AA9772.
2.5. Met de verwijzing naar HR 6 oktober 2000 (RvdW 2000, 197) doelt de steller van het middel kennelijk op rov. 3.5 van die beschikking. Ook in het toen berechte geval ging het om een machtiging tot voortgezet verblijf en werd de aanwezigheid van het vereiste gevaar bestreden. Echter: de rechtbankbeschikking, waarover de Hoge Raad toen had te oordelen, bevatte uitsluitend een zgn. standaardmotivering waarin de wettelijke formule werd herhaald. Dat was toen reden voor cassatie. De thans bestreden beschikking daarentegen bevat een op het individuele geval toegesneden motivering (zie alinea 2.2 hierboven). Bovendien blijkt uit de motivering, dat (anders dan in het geval van HR 6 oktober 2000) de aanname van gevaar op actuele gegevens berust: de vrees voor psychotische decompensatie, met daaruit voortvloeiend gevaar ook voor derden, is blijkens de geneeskundige verklaring en de verklaring van de arts ter terechtzitting in het geval van betrokkene een actueel gegeven. Voor zover het onderdeel doelt op de geciteerde zinsnede uit de geneeskundige verklaring (dat betrokkene op dit moment - d.w.z. ten tijde van het opstellen van de verklaring - redelijk stabiel is en er geen gevaar aanwezig is), wordt deze zinsnede m.i. uit zijn verband gehaald. Uit de verdere inhoud van de geneeskundige verklaring blijkt wel van gevaar. Hierbij verdient aantekening dat voor het aannemen van gevaar bij voortgezet verblijf een (reële) gevaarsdreiging voldoende is. Slechts voor een inbewaringstelling is acuut gevaar vereist. Niet is vereist dat het nadeel waarvoor gevreesd moet worden zich reeds heeft geopenbaard (dan is het al te laat), noch dat de schade met zekerheid of met een zeer grote waarschijnlijkheid te verwachten is(4). De rechtbank heeft m.i. voldoende begrijpelijk en concreet uiteengezet, wat het gevaar inhoudt. De slotsom is, dat onderdeel 1 niet tot cassatie leidt. Ambtshalve valt nog op te merken, dat het gevaarscriterium zoals omschreven in het huidige art. 1, lid 1 onder f, Wet Bopz na inwerkingtreding van de - op het onderhavige geval nog niet toepasselijke - wet van 22 juni 2000, Stb. 292, wordt gepreciseerd(5).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8fa4cb3b098cb9740cc2f03e37fdc4908b55369eace13e9cac6a3dbb2bcf020. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8fa4cb3b098cb9740cc2f03e37fdc4908b55369eace13e9cac6a3dbb2bcf020, en de alinea staat in dat document op bytes 10828 tot 12985.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8fa4cb3b098cb9740cc2f03e37fdc4908b55369eace13e9cac6a3dbb2bcf020 | shasum -a 256