Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2001

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AA9772.

2.8. Deze overweging strookt met de ter terechtzitting afgelegde verklaringen. Niet iedere bereidverklaring staat aan het verlenen van een machtiging in de weg: de wet eist de nodige bereidheid. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van de nodige bereidheid tot verblijf, beschikt de rechter over een zekere beoordelingsmarge(6). De rechtbank heeft kennelijk in de verklaring over de aanwezige voortekenen van een nieuwe psychotische decompensatie reden gevonden tot twijfel, of betrokkene haar bereidverklaring ook nog gestand zal (kunnen) blijven doen indien het tot een psychische decompensatie komt. Ter terechtzitting zijn de mogelijkheden voor behandeling besproken. Betrokkene werd in de voorafgaande periode enkele dagen per week in de kliniek behandeld en daarnaast (ambulant) door het T.I.Z. De geciteerde overweging van de rechtbank is kennelijk mede de reactie op de bezwaren van betrokkene tegen de behandeling in de voorafgaande periode. Omdat betrokkene, ook naar eigen zeggen, niet wilde doorgaan met het T.I.Z. en volgens de arts andere ambulante behandeling niet beschikbaar is, kon de rechtbank tot het oordeel komen dat ondanks de ter zitting uitgesproken bereidverklaring in werkelijkheid de bereidheid, nodig voor de vereiste behandeling om het bovenbedoelde gevaar te keren, bij betrokkene ontbreekt. Verdere toelichting behoefde dit oordeel niet om begrijpelijk te zijn. Onderdeel 2 faalt daarom.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8fa4cb3b098cb9740cc2f03e37fdc4908b55369eace13e9cac6a3dbb2bcf020. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8fa4cb3b098cb9740cc2f03e37fdc4908b55369eace13e9cac6a3dbb2bcf020, en de alinea staat in dat document op bytes 14439 tot 15879.