Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2001

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AA9813.

9. Een verweer van deze strekking zal dus niet verworpen mogen worden omdat ‘de verdachte niet is geslaagd in het bewijs’ van het feitelijk substraat dat aan het verweer ten grondslag ligt (vgl. HR NJ 1966, 209 en HR NJ 1968, 351), en zelfs niet op de grond dat de verdachte die ‘niet aannemelijk heeft kunnen maken’ (vgl. HR NJ 1970, 85 en HR NJ 1972, 236).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96aa0998659dc0d42e8e7315457b2ca178801bc40d85f5058b8f6a68f6e8e0ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96aa0998659dc0d42e8e7315457b2ca178801bc40d85f5058b8f6a68f6e8e0ea, en de alinea staat in dat document op bytes 10581 tot 10961.