Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2001

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AA9813.

Het valt zeer wel te begrijpen dat het voor een raadsman zeer moeizaam kan zijn om in een strafzaak tegen een cliënt die (afgaande op het summiere reclasseringsrapport) wantrouwend en gedesoriënteerd in de wereld staat en een zwervend bestaan leidt nadere voorlichting voor de rechter te produceren of met het oog op die voorlichting zinvolle verzoeken tot de rechter te richten. Dat neemt echter niet weg dat er in eerste aanleg bitter weinig is aangevoerd om het beroep op schulduitsluitende ontoerekeningsvatbaarheid te onderbouwen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96aa0998659dc0d42e8e7315457b2ca178801bc40d85f5058b8f6a68f6e8e0ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96aa0998659dc0d42e8e7315457b2ca178801bc40d85f5058b8f6a68f6e8e0ea, en de alinea staat in dat document op bytes 13844 tot 14395.