Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2001
Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AA9813.
Daarom meen ik dat een strafrechter, ook al zal het beroep op ontoerekeningsvatbaarheid hem nopen zelf te onderzoeken of aan de voorwaarden voor welslagen daarvan is voldaan, en al mag hij in dat verband niet méér verlangen dan dat het zich voordoen van die voorwaarden aannemelijk is geworden, tamelijk klemmende aanwijzingen kan vergen dat dit laatste het geval is. Dat strookt met het exceptionele karakter van de strafuitsluitingsgronden en hun betekenis voor de strafrechtelijke rechtshandhaving.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96aa0998659dc0d42e8e7315457b2ca178801bc40d85f5058b8f6a68f6e8e0ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96aa0998659dc0d42e8e7315457b2ca178801bc40d85f5058b8f6a68f6e8e0ea, en de alinea staat in dat document op bytes 14826 tot 15342.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/96aa0998659dc0d42e8e7315457b2ca178801bc40d85f5058b8f6a68f6e8e0ea | shasum -a 256