Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2001

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AA9813.

13. Ik geef onmiddellijk toe dat de in de hier bestreden overweging opgenomen woorden “onvoldoende basis om tot de overtuiging te komen” (dat verzoeker ontoerekeningsvatbaar moet worden geacht ten aanzien van de hem verweten feiten) doen denken aan ‘wettig en overtuigend’, en dus aan de maatstaf die ten aanzien van de bewijsbaarheid van het tenlastegelegde moet, maar wat de aannemelijkheid van de feitelijke grondslag van een beroep op ontoerekeningsvatbaarheid niet mag worden aangelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96aa0998659dc0d42e8e7315457b2ca178801bc40d85f5058b8f6a68f6e8e0ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96aa0998659dc0d42e8e7315457b2ca178801bc40d85f5058b8f6a68f6e8e0ea, en de alinea staat in dat document op bytes 15399 tot 15911.