Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2001
Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0031.
Van de genoemde artikelen 52-57 EOV zijn hier met name van belang: de basisbepaling in art. 52, eerste lid, dat octrooien worden verleend voor uitvindingen die nieuw zijn, op uitvinderswerkzaamheid berusten en vatbaar zijn voor toepassing op het gebied van de nijverheid; art. 54, dat bepaalt dat een uitvinding als nieuw wordt beschouwd indien zij geen deel uitmaakt van de stand van de techniek; de stand van de techniek wordt o.m. gevormd door al hetgeen vóór de datum van indiening van de Europese octrooiaanvrage openbaar toegankelijk is gemaakt door een schriftelijke of mondelinge beschrijving, door toepassing of op enige andere wijze (de eis van nieuwheid, vgl. art. 2 lid 2 ROW 1910); en art. 56, dat o.m. bepaalt dat een uitvinding als het resultaat van uitvinderswerkzaamheid wordt aangemerkt indien zij voor een deskundige niet op een voor de hand liggende wijze voortvloeit uit de stand van de techniek (de eis van inventiviteit, vgl. art. 2A lid 1 ROW 1910).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdfd3de9b4ad8764392ad364f6b61235846812162d0e8f25964c472df2815fe2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdfd3de9b4ad8764392ad364f6b61235846812162d0e8f25964c472df2815fe2, en de alinea staat in dat document op bytes 23070 tot 24060.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bdfd3de9b4ad8764392ad364f6b61235846812162d0e8f25964c472df2815fe2 | shasum -a 256