Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2001
Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0031.
De strekking van het betoog van Wiva is nu, dat het de Nederlandse rechter niet vrijstaat andere eisen te stellen dan die, welke voortvloeien uit art. 138 lid 1 EOV zelf. De rechter mag dus ook niet - door middel van verwijzing naar art. 30 lid 2 ROW 1910 - de eis stellen dat het uitsluitend recht van de octrooihouder wordt bepaald door de inhoud van de conclusies van het octrooischrift (waarbij de beschrijving en de tekeningen dienen tot uitleg van die conclusies), zulks met inachtneming van de regel van art. 69 EOV en de daarover gevormde jurisprudentie, waarin de rechtszekerheid voor derden een grote rol speelt. Het betoog van Wiva haakt nadrukkelijk aan bij het debat, dat in de vakliteratuur is ontstaan naar aanleiding van het arrest Spiro/Flamco (zie noot 14 voor de vindplaatsen). Kort samengevat, is Brinkhof van mening dat de criteria van dit arrest ten minste in één opzicht afwijken van de Europese nietigheidsgronden: de Hoge Raad lijkt positieve eisen te stellen (het moet voor de vakman duidelijk zijn dat (...); de aanvulling moet voor de gemiddelde vakman voldoende voor de hand liggen), terwijl uit het EOV slechts negatieve eisen zijn af te leiden. In zijn NJ-noot kan Verkade met de benadering van de Hoge Raad op zich instemmen. De eis, dat voor de gemiddelde vakman voldoende duidelijk is dat de aanvulling het verleende octrooi beperkt en niet leidt tot een ander octrooi, strookt z.i. met de nietigheidsgronden van het EOV. Verkade concludeert evenwel, dat de rechterlijke toetsing van een partieel in stand te houden octrooi zwaarder is dan de toetsing door de octrooiverlenende instantie: de rechter moet zich ook afvragen of datgene, wat volgens de criteria nieuwheid en inventiviteit van het octrooi zou kunnen overblijven, bovendien door de gemiddelde vakman in het oorspronkelijke octrooi kon worden gelezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdfd3de9b4ad8764392ad364f6b61235846812162d0e8f25964c472df2815fe2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdfd3de9b4ad8764392ad364f6b61235846812162d0e8f25964c472df2815fe2, en de alinea staat in dat document op bytes 24550 tot 26412.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bdfd3de9b4ad8764392ad364f6b61235846812162d0e8f25964c472df2815fe2 | shasum -a 256