Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2001
Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0031.
(i) De in genoemd arrest gestelde eis, dat achteraf een aanvulling van het octrooischrift kan worden geformuleerd, waardoor de grenzen van de bescherming voldoende worden getrokken, strookt met art. 22B lid 1 ROW 1910(22). Het gaat hier om een elementair vereiste voor ieder octrooi. Indien het praktisch niet mogelijk blijkt een nieuwe omschrijving van het octrooi te formuleren, tast de nietigheidsgrond het gehele octrooi aan en brengt de "dienovereenkomstige" beperking van art. 138 lid 2 EOV een algehele nietigverklaring met zich mee. Deze eis kan voor octrooien na 1 december 1987 worden gehandhaafd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdfd3de9b4ad8764392ad364f6b61235846812162d0e8f25964c472df2815fe2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdfd3de9b4ad8764392ad364f6b61235846812162d0e8f25964c472df2815fe2, en de alinea staat in dat document op bytes 26669 tot 27289.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bdfd3de9b4ad8764392ad364f6b61235846812162d0e8f25964c472df2815fe2 | shasum -a 256