Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2001

Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0031.

2.15. De klacht faalt n.m.m. Het inventieve van de Wiva-uitvinding ten opzichte van het Hodge-octrooi zit volgens de deskundigen en volgens het hof in de in rov. 8 genoemde maatregelen, kort gezegd: enerzijds de hoekige uitvoering, anderzijds de doordrukconstructie van de lippen gecombineerd met de kneedbare massa in de groef van het deksel welke het deksel en het vat strakker tegen elkaar doet klemmen. Noch de hoekige uitvoering van de configuratie, noch de doordrukconstructie gecombineerd met een kneedbare massa in de groef, is afhankelijk van de vraag of de lippen aan het deksel en de openingen aan het vat zitten of omgekeerd. Met dit oordeel lijkt mij geen rechtsregel geschonden. De redengeving voldoet aan de daaraan te stellen eisen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdfd3de9b4ad8764392ad364f6b61235846812162d0e8f25964c472df2815fe2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdfd3de9b4ad8764392ad364f6b61235846812162d0e8f25964c472df2815fe2, en de alinea staat in dat document op bytes 38018 tot 38779.