Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2001

Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0031.

2.17. De beantwoording van de vraag, of het hof die gevolgtrekking wel of niet had moeten maken, vereist een waardering van de feiten, waarvoor in cassatie de ruimte ontbreekt. Ook de regel dat onduidelijkheid in de octrooi-omschrijving voor risico van de octrooihouder moet komen, is hier niet geschonden. Als eenmaal ervan wordt uitgegaan dat het octrooi, met inachtneming van de door het hof daarin aangebrachte beperkingen, voor de vakman voldoende duidelijk is, faalt deze klacht. Mocht onderdeel 1 slagen, dan slaagt ook subonderdeel 2.1. Voor wat betreft de subsidiaire motiveringsklacht, spreekt, zou ik menen, de redengeving van rov. 36 voor zichzelf.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdfd3de9b4ad8764392ad364f6b61235846812162d0e8f25964c472df2815fe2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdfd3de9b4ad8764392ad364f6b61235846812162d0e8f25964c472df2815fe2, en de alinea staat in dat document op bytes 39326 tot 40000.