Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2001

Alinea 102 Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0157.

7.4. Uit niets blijkt dat het Hof hetgeen belanghebbende omtrent het karakter van de Luxemburgse belastingen en de aanvankelijk veronderstellingen daarover heeft aangevoerd, onaannemelijk heeft geacht. Uit de rechtsoverwegingen valt integendeel af te leiden, dat het Hof aan de desbetreffende stellingen van belanghebbende geloof heeft gehecht. Niettemin heeft het de vaststellingsovereenkomst in het nadeel van belanghebbende uitgelegd. Dit betekent dat de ten bewijze aangeboden feiten niet hebben kunnen leiden tot een ander oordeel van het Hof. Het bewijsaanbod was mitsdien niet ter zake dienende, zodat het Hof eraan voorbij mocht gaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9b980ef64c8701bca8e0b616015158f5d8e861cf594b45c13726cc7d51545f70. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9b980ef64c8701bca8e0b616015158f5d8e861cf594b45c13726cc7d51545f70, en de alinea staat in dat document op bytes 32086 tot 32741.