Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2001

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0262.

7. De Rechtbank is in haar hiervoren weergegeven overweging genoegzaam op het aangevoerde ingegaan. Haar kennelijke oordeel dat de uiteenzetting der feiten niet zo ruim is geredigeerd dat "[de opgeëiste persoon] hier niets mee kan" acht ik, in aanmerking genomen de tamelijk beperkte genoemde periode waarop deze betrekking heeft, niet onbegrijpelijk. De plaatsaanduiding zu Kleve und an anderen Orten is door de Rechtbank kennelijk en niet onbegrijpelijk opgevat als: te Kleef, te Nijmegen, en op andere plaatsen in Duitsland.(1)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e3f35d2e6e396be4f22f049b4c29af9bc34bea3d118d79d606605e3bda9468f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e3f35d2e6e396be4f22f049b4c29af9bc34bea3d118d79d606605e3bda9468f, en de alinea staat in dat document op bytes 7252 tot 7796.