Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2001

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0262.

8. De klacht van het middel miskent dat - behoudens het geval dat de opgeëiste persoon beweert onverwijld te kunnen aantonen niet schuldig te zijn aan de feiten waarvoor zijn uitlevering is gevraagd (art. 26, derde lid, Uitleveringswet); zo'n bewering is in casu niet gedaan - een oordeel omtrent de vermoedelijke schuld van de opgeëiste persoon gelet op het te dezen toepasselijke Europees uitleveringsverdrag niet van de rechter van de aangezochte staat wordt gevraagd. De klacht is ongegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e3f35d2e6e396be4f22f049b4c29af9bc34bea3d118d79d606605e3bda9468f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e3f35d2e6e396be4f22f049b4c29af9bc34bea3d118d79d606605e3bda9468f, en de alinea staat in dat document op bytes 7816 tot 8326.