Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2001

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0262.

20. Hierbij laat de Rechtbank onvermeld dat de in deze overweging uiteengezette hoofdregel uitzondering lijdt, indien blijkt dat door reeds plaatsgehad hebbend tijdsverloop de opgeëiste persoon door zijn uitlevering zou worden blootgesteld aan zodanig risico van een flagrante inbreuk op het hem ingevolge art. 6 eerste lid, EVRM toekomende recht op berechting binnen een redelijke termijn, dat de ingevolge art. 1 EVRM op Nederland rustende verplichting om dat recht te verzekeren aan de uit het te dezen toepasselijke Europees uitleveringsverdrag voortvloeiende verplichting tot uitlevering in de weg staat. Dit behoeft echter niet tot cassatie te leiden, aangezien uit het in feitelijke aanleg aangevoerde van zodanig tijdsverloop niet kan blijken.(7)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e3f35d2e6e396be4f22f049b4c29af9bc34bea3d118d79d606605e3bda9468f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e3f35d2e6e396be4f22f049b4c29af9bc34bea3d118d79d606605e3bda9468f, en de alinea staat in dat document op bytes 13535 tot 14303.