Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0286.

4.4. Uit de gecursiveerde passage, alsmede uit de titel van de Wet ("verduidelijking"), volgt dat de regering van mening is dat interne wetgeving niet kan toe- of afdoen aan de rechtstreekse (sterke) werking van Vo. 1408/71, zodat de terugwerkende kracht overbodig is. De internrechtelijke bepaling omtrent terugwerking dient haars inziens slechts tot verduidelijking. In feite is volgens de regering geen sprake van terugwerkende kracht, nu de premieplicht van Vo.-aanwijzelingen immers volgens haar altijd al rechtstreeks gebaseerd kon worden op de Verordening vanaf het moment van inwerkingtreding van de Verordening. Met dit standpunt lijkt overigens onverenigbaar het eveneens uit de geciteerde passages blijkende standpunt van de regering dat het internrechtelijk mogelijk zou zijn om de "terugwerkende kracht" (waarvan dus eigenlijk geen sprake is) in de tijd te beperken tot 9 1/2 jaar. In de benadering van de regering moet de Verduidelijkingswet juist gezien worden als het afzien van premieheffingsbevoegdheid, nl. over de jaren vóór 1989 die nog niet onherroepelijk vaststonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdd2616db091eceaa107969e76bb111f426cf7acb66fae6f207ea4e88f063be1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdd2616db091eceaa107969e76bb111f426cf7acb66fae6f207ea4e88f063be1, en de alinea staat in dat document op bytes 24319 tot 25424.