Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001

Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0286.

"Tot slot zij erop gewezen dat de beslissing omtrent de exclusieve werking de verzekeringsplicht raakt; nu daar zowel de uitkeringsgerechtigdheid als de premieplicht uit voortvloeit, geldt voor beide automatisch het exclusiviteitsprincipe. In de literatuur is daaraan nog wel eens getwijfeld. Ten onrechte naar ik meen. Terecht heeft de Hoge Raad dan ook in zijn arrest van 12 juni 1991, nr. 24 954, BNB 1991/254* beslist dat wanneer een persoon in twee staten actief is, hij uitsluitend in zijn woonstaat premieplichtig is (omdat hij aldaar verzekerd is). In casu betrof het een situatie die materieel nagenoeg identiek was aan die in het arrest Kits van Heijningen. In Kits van Heijningen ging het evenwel om uitkeringsrechten. In de annotatie bij HR 12 juni 1991 in RSV 1992/74* lijkt Feenstra van oordeel te zijn dat de exclusieve werking niet zonder meer voor de heffingskant zou gelden. Hij meent dat de Hoge Raad in deze procedure (wederom) prejudiciële vragen had moeten voorleggen aan het Hof van Justitie. Ik deel zijn mening niet: het Hof heeft eerder uitdrukkelijk beslist omtrent de exclusieve werking van de verzekeringsplicht: premieplicht en uitkeringsrecht moeten dan noodzakelijkerwijs deze toewijzing van de verzekeringsplicht volgen."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdd2616db091eceaa107969e76bb111f426cf7acb66fae6f207ea4e88f063be1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdd2616db091eceaa107969e76bb111f426cf7acb66fae6f207ea4e88f063be1, en de alinea staat in dat document op bytes 32270 tot 33538.