Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001
Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0296.
6.2. Uit het citaat volgt dat een bepaling van de strekking artikel 10, lid 5, OESO-modelverdrag bewust niet in de BRK is opgenomen. Er volgt echter tevens uit dat zulks achterwege is gelaten omdat de wetgever meende dat Nederland geen secondary withholding tax zou heffen. Die mening berust echter op een misverstand. Art. 1, lid 3, Divb. heeft voor Nederlandsrechtelijk opgerichte lichamen mede het effect van een secondary withholding tax: Nederland voelt zich gerechtigd dividendbelasting te heffen over uitdelingen van winst door een niet in Nederland gevestigde vennootschap. De verschillen met de "echte" secondary withholding tax zijn dat Nederland enerzijds minder ver gaat doordat Nederland niet heft als het oprichtingsrecht van de vennootschap niet Nederlands is (ook al zijn de uitgedeelde winsten wèl Nederlands), maar anderzijds juist verder gaat dan een secondary withholding tax doordat Nederland ook dividenbelasting heft (van Nederlandsrechtelijke lichamen die feitelijk niet in Nederland gevestigd zijn) ongeacht of de uitgedeelde winst in Nederland is gemaakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c, en de alinea staat in dat document op bytes 54611 tot 55708.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c | shasum -a 256